Grmbl
Ik ben voor de tigste keer begonnen in 'Honderd jaar eenzaamheid' van Gabriel García Márquez, en heb het eindelijk uitgelezen, op drie dagen tijd. Waar ik gewoonlijk bleef hangen na de tweede generatie omdat de oorlog tussen de conservatieven en de liberalen me weinig kon interesseren en ik een beetje in de war geraakt wie nu wie was, ben ik er nu dan toch door gevlogen. Na mijn herexamen voor geschiedenis weet ik onderhand wel ongeveer wie of wat de liberalen en de conservatieven zijn, en op de een of andere manier is het me nu ook gelukt bij te houden wie welke Arcadio of Aureliano was. De rest van het boek heb ik veel luchtiger opgepakt als ik het ooit deed, leerde meer de symbolische kant zien (ligt dit aan mijn lessen Nederlands?) zodoende dat ik de laatste pagina gisteren omsloeg en dacht: "Pfoeh, dit was inderdaad honderd jaar eenzaamheid. Wat een hel.". Heel droefgeestig boek, met onbetwistbare lotsspelingen, maar toch wel mooi.
Eenmaal in Proença aangekomen liep onze planning voor een rustige thuiskomst in de war toen mijn moeder ontdekte dat er koeienvlaaien lagen over het hele domein, laat ons maar zeggen tot praktisch tegen het huis. Alle planten en bloemen die zij hier hoopt weelderig te laten bloeien worden nu dus niet alleen geteisterd door de vries en de droogte, maar plots ook door koeien die door onze tuin paraderen! Dat ze op ons achterste domein liepen wisten we al langer, maar dit deel is geheel omheind en voor hen onbekend terrein.
Tot nu toe hebben we nog niet gevonden langs waar ze de hof op zijn gekomen, en dus hoe. Mijn moeder die iedere morgen minstens vier uur water loopt te geven was natuurlijk zwaar aangedaan bij het zien van haar vertrappelde en gebroken bloemen. Voor we naar Cercal vertrokken kwam de eigenaar van de koeien ons nog eens gedag zeggen, met een vreemde reden. Hij vroeg ons immers of Pedro hier was want hij wou kaas kopen. Dat hij de nummer van Pedro thuis heeft en dat Pedro's broer op dat moment ook nog in Portugal was, was blijkbaar niet van belang om aan kaas te geraken. Pedro zelf vond het ook heel vreemd, vooral omdat de vorige keer dat Luís hem kaas kwam brengen hij verbaasd was over de hoge prijs. De volgende keer dat hij kaas bestelde mochten ze het weer komen brengen, en als er niemand thuis was mochten ze het aan de deur zetten. Hij zou dan betalen de volgende keer hij Luís zag.
Either way, de koeieman bekijken we altijd achterdochtig, en minder dan een week later komen we thuis om te ontdekken dat de koeien op ons privaatste domein overal hebben gezeten. Wij boos, wij naar de politie. Maarja de laksheid daar... De eerste keren dat we de politie lieten komen voor de koeien kwam er een aardige agent, wiens nummer en naam ik nu nergens meer vind. We zouden vandaag terug moeten gaan om een klacht in te dienen, maar vermits geen politieman naar hier wilt komen om vast te stellen tot waar de koeien zijn geweest, kan dat later betwist worden. Ik wou dat Pedro hier was... Soms haat ik dit stomme land met hun stomme willekeur en hun stomme taal.
Vanavond halen we mijn zus weer op van de luchthaven en morgen vertrekken we naar Paredes de Coura alweer het weer een pak frisser is dan hier. Morgen zou het er zelfs regenen.
Nu ga ik me bezig houden met de bestelbus te kuisen en klaar te maken...
Eenmaal in Proença aangekomen liep onze planning voor een rustige thuiskomst in de war toen mijn moeder ontdekte dat er koeienvlaaien lagen over het hele domein, laat ons maar zeggen tot praktisch tegen het huis. Alle planten en bloemen die zij hier hoopt weelderig te laten bloeien worden nu dus niet alleen geteisterd door de vries en de droogte, maar plots ook door koeien die door onze tuin paraderen! Dat ze op ons achterste domein liepen wisten we al langer, maar dit deel is geheel omheind en voor hen onbekend terrein.
Tot nu toe hebben we nog niet gevonden langs waar ze de hof op zijn gekomen, en dus hoe. Mijn moeder die iedere morgen minstens vier uur water loopt te geven was natuurlijk zwaar aangedaan bij het zien van haar vertrappelde en gebroken bloemen. Voor we naar Cercal vertrokken kwam de eigenaar van de koeien ons nog eens gedag zeggen, met een vreemde reden. Hij vroeg ons immers of Pedro hier was want hij wou kaas kopen. Dat hij de nummer van Pedro thuis heeft en dat Pedro's broer op dat moment ook nog in Portugal was, was blijkbaar niet van belang om aan kaas te geraken. Pedro zelf vond het ook heel vreemd, vooral omdat de vorige keer dat Luís hem kaas kwam brengen hij verbaasd was over de hoge prijs. De volgende keer dat hij kaas bestelde mochten ze het weer komen brengen, en als er niemand thuis was mochten ze het aan de deur zetten. Hij zou dan betalen de volgende keer hij Luís zag.
Either way, de koeieman bekijken we altijd achterdochtig, en minder dan een week later komen we thuis om te ontdekken dat de koeien op ons privaatste domein overal hebben gezeten. Wij boos, wij naar de politie. Maarja de laksheid daar... De eerste keren dat we de politie lieten komen voor de koeien kwam er een aardige agent, wiens nummer en naam ik nu nergens meer vind. We zouden vandaag terug moeten gaan om een klacht in te dienen, maar vermits geen politieman naar hier wilt komen om vast te stellen tot waar de koeien zijn geweest, kan dat later betwist worden. Ik wou dat Pedro hier was... Soms haat ik dit stomme land met hun stomme willekeur en hun stomme taal.
Vanavond halen we mijn zus weer op van de luchthaven en morgen vertrekken we naar Paredes de Coura alweer het weer een pak frisser is dan hier. Morgen zou het er zelfs regenen.
Nu ga ik me bezig houden met de bestelbus te kuisen en klaar te maken...
Reacties