Verslagje

Vier van de vijf weken stage gedaan en ik heb het gevoel dat ik alles uit neurologie heb gehaald wat erin zit. Ik heb ook het gevoel dat het interessantste van mijn stagejaar nog moet gebeuren.

De assistent aan wie ik toegewezen was ging na de eerste week dat ik er was twee weken op verlof. In die twee weken volgde ik consultaties mee bij de drie neurologen-psychiaters. Veel meer als er stil bij zitten is dat niet, maar zo kreeg ik wel een inzicht in de opvolging en behandeling van de meest voorkomende aandoeningen aldaar: migraine en Parkinson. Er was ook dementie in alle vormen en maten (en ik heb héél veel screeningstestjes voor geheugen afgenomen) en MS. Beiden ietwat ingewikkelder aandoeningen en vooral moeilijker te behandelen.
In week vier was de assistent terug van verlof voor drie dagen waarbij de namiddagen gevuld waren met op spoed zitten voor neurologische consulten waarvan ik het meest kon leren: iemand voor de eerste keer zien, ondervragen en onderzoeken. Waar ik de eerste week pen en papier nodig had om zeker te zijn dat ik alles ondervraagd en onderzocht had, had ik dat in week vier niet meer nodig. Er begon zich een systematiek te vormen in mijn hoofd. Op 1 oktober zat mijn assistent haar eerste jaar erop en begon ze haar 2de jaar in het UZ van Gent. Ik werd toegewezen aan een nieuwe 1e jaars assistent en stond nu op de stroke-afdeling. Hoewel ze haar best doet dingen aan me toe te wijzen heb ik de laatste twee dagen toch vooral zitten koekeloeren. Nu mijn laatste week stage nog eens consultaties mee zitten lijkt me even nutteloos dus ik heb mijn assertiviteit boven gehaald (er wordt ons voortdurend herhaald dat we assertief moeten zijn) en gevraagd of ik niet mee een week op spoed mag staan. Ik heb geen stage urgentie en het is nochtans de place to be om praktische skills te leren. De hoofd van spoed en mijn stagemeester hadden er gelukkig niks op tegen.

De afgelopen weken heb ik alleszins al veel tijd gehad om na te denken en "collega's" uit te horen omtrent de voor- en nadelen van verschillende specialisaties. Urgentie-arts wordt voor mij toch meer en meer aantrekkelijk. Niet omwille van de spectaculaire en spannende gevallen (dat valt gemiddeld dik tegen), maar wel omwille van de noodzaak tot onderhouden van een brede set aan skills voor diagnosestelling, de in te stellen behandeling, echt levensreddend kunnen optreden wanneer dat nodig is, een variëteit aan patiënten van jong tot oud met banale dingen tot hartinfarcten en manifeste hersenbloedingen. Bovendien lijkt het de enige specialisatie te zijn (op dermatologie na) waarbij je weet wanneer je shift eindigt.
De eerstejaarsassistent waar ik nu bij sta kent de basis medicatie voor diabetes niet meer. De assistent nefrologie waar ik naast zat kent ook alleen maar de behandelingen waar zij het frequentst mee te maken heeft. De assistent spoed vertelde mij haar verontwaardiging toen zij als eerstejaars op consult geroepen werd bij een patiënt die op de afdeling orthopedie lag met een pneumonie, en toen zij in overleg wou gaan met de arts orthopedie over de in te stellen behandeling wimpelde hij dat af en zei dat hij haar beoordeling, als spoedarts in spe zijnde, niet in twijfel trok (m.a.w. hij wist niks meer van een pneumonie).
En dat wil ik dus niet. Ik wil als arts meer kunnen dan enkel dat deeltje waarin ik mij specialiseer.
Het nadeel is dat je als spoedarts de patiënten niet kan opvolgen. Je verwijst door en je weet niet of iemand er bovenop komt. Of sterft.
Huisartsgeneeskunde is dus ook nog steeds een optie maar ik heb ook geen huisartsen stage om het uit te testen.

Ik heb overigens nog steeds geen onderwerp voor mijn stagewerk. Ik vrees dat het in het Frans te doen zal zijn. Op 12 oktober begin ik mijn stage heelkunde in Ottignies!

Reacties

Populaire posts van deze blog

December

Werkdag!

Ballonnetjes