Urgentiegeneeskunde - 2e stadium: spoed
Mijn maanden op orthopedie zijn voorbij gevlogen en ik heb waarempel met spijt in het hart afscheid genomen. Gelukkig sta ik nog steeds in hetzelfde ziekenhuis en zie ik nog regelmatig de uitermate toffe assistenten van de lichting van dit jaar, en bij orthopedische problemen op de spoed bel ik net zo lief nog eens terug naar de chirurgen.
Iedere 6 maanden gemiddeld zal ik van dienst moeten veranderen en de eerste weken zullen steeds gepaard gaan met gevloek en het missen van de vorige stageplaats. Zo ook toen ik naar de spoed verhuisde. Hoewel ik eindelijk kon doen wat ik graag doe, voelde de overgang van een hecht teamverband naar quasi individueel werken als een sprong in koud water. We zijn ondertussen alweer bijna 4 maanden verder en ik heb mijn plaats ondertussen wel gevonden in het nieuwe team, maar de start die ik gekregen heb op orthopedie was toch uitzonderlijk. Af en toe keer ik nog terug naar de orthopedisten voor een feel-good moment. Enkele weken geleden had ik zelfs nood aan een volledige dag in het operatiekwartier voor een much needed zen-moment! Natuurlijk draaide het hierbij meer om de mensen met wie ik kon samenwerken dan om de orthopedische ingrepen an sich.
Op de spoed werk ik grotendeels zelfstandig. Bij twijfel zijn er altijd twee collega's ter beschikking voor overleg of om mee naar de patiënt te komen kijken. De eerste patiënten die ik zelfstandig behandelde en naar huis liet gaan zónder overleg heb ik een paar nachten van wakker gelegen, overlopend in mijn gedachten of ik zeker niks over het hoofd had gezien. Nu pas is het gevoel weggeëbt dat een patiënt die ik gezien heb met een veel ergere klacht terug zou komen en duidelijk blijkt dat ik een grote fout heb gemaakt. Nochtans zal die dag er ooit wel komen, gezien het werk dat ik doe en de hoeveelheid patiënten dat we als urgentiearts te zien krijgen.
Het zijn de kleine overwinningen die mijn week kunnen goed maken: zelfstandig een flinke polsfractuur terug op zijn plaats duwen door het gewoon "te doen" (eigenlijk is er niet veel aan!), een echo-probe op een zwangere buik zetten om te kijken of er een intra-uteriene zwangerschap is en geen vrij vocht (zijnde bloed) in de buik en effectief een baby zien die beweegt en een hartflikkering heeft (!!), me (eindelijk) comfortabel genoeg voelen om als enige arts een patiënt met een lekkende aorta te transporteren naar de andere campus voor dringende heelkunde.
Nog twee maanden en mijn eerste jaar zit erop. Vanaf 1 augustus ben ik tweedejaars assistent en word ik anesthesist voor een half jaar, dit keer in een ziekenhuis dat het wel gewend is van assistenten te hebben en waar ik een serieus tandje zal mogen bijsteken.
Iedere 6 maanden gemiddeld zal ik van dienst moeten veranderen en de eerste weken zullen steeds gepaard gaan met gevloek en het missen van de vorige stageplaats. Zo ook toen ik naar de spoed verhuisde. Hoewel ik eindelijk kon doen wat ik graag doe, voelde de overgang van een hecht teamverband naar quasi individueel werken als een sprong in koud water. We zijn ondertussen alweer bijna 4 maanden verder en ik heb mijn plaats ondertussen wel gevonden in het nieuwe team, maar de start die ik gekregen heb op orthopedie was toch uitzonderlijk. Af en toe keer ik nog terug naar de orthopedisten voor een feel-good moment. Enkele weken geleden had ik zelfs nood aan een volledige dag in het operatiekwartier voor een much needed zen-moment! Natuurlijk draaide het hierbij meer om de mensen met wie ik kon samenwerken dan om de orthopedische ingrepen an sich.
Op de spoed werk ik grotendeels zelfstandig. Bij twijfel zijn er altijd twee collega's ter beschikking voor overleg of om mee naar de patiënt te komen kijken. De eerste patiënten die ik zelfstandig behandelde en naar huis liet gaan zónder overleg heb ik een paar nachten van wakker gelegen, overlopend in mijn gedachten of ik zeker niks over het hoofd had gezien. Nu pas is het gevoel weggeëbt dat een patiënt die ik gezien heb met een veel ergere klacht terug zou komen en duidelijk blijkt dat ik een grote fout heb gemaakt. Nochtans zal die dag er ooit wel komen, gezien het werk dat ik doe en de hoeveelheid patiënten dat we als urgentiearts te zien krijgen.
Het zijn de kleine overwinningen die mijn week kunnen goed maken: zelfstandig een flinke polsfractuur terug op zijn plaats duwen door het gewoon "te doen" (eigenlijk is er niet veel aan!), een echo-probe op een zwangere buik zetten om te kijken of er een intra-uteriene zwangerschap is en geen vrij vocht (zijnde bloed) in de buik en effectief een baby zien die beweegt en een hartflikkering heeft (!!), me (eindelijk) comfortabel genoeg voelen om als enige arts een patiënt met een lekkende aorta te transporteren naar de andere campus voor dringende heelkunde.
Nog twee maanden en mijn eerste jaar zit erop. Vanaf 1 augustus ben ik tweedejaars assistent en word ik anesthesist voor een half jaar, dit keer in een ziekenhuis dat het wel gewend is van assistenten te hebben en waar ik een serieus tandje zal mogen bijsteken.
Reacties